| Deze
pagina werd voor het laatst bijgewerkt op: 17 oktober 2004 |
|
 |
| Een
bloedrood beest in het rioolwater |
|
27
november 2001 (Volkskrant)
Met een nieuwe bacterie zijn
waterzuiveraars in staat veel compacter te bouwen en minder energie en
chemicaliën te gebruiken. Collegas die de ruimte hebben, willen
er nog niet aan.
|
|
In de hal hangt een lichte geur
van rotting en bederf. De putlucht valt echter mee als je bedenkt dat
hier op een diepte vanvan tien meter het rioolwater van
driehonderdduizend bewoners plus tal van bedrijven in Rotterdam-Centrum
en Rotterdam-Zuid wordt gezuiverd. De rioolwaterzuivering Dokhaven,
bouwjaar 1987, is nochtans de enige ondergrondse afvalwaterzuivering in
Nederland. de installatie meet vier hectare en ligt in twee niveaus,
half verzonken in de Oude Maas, op de zuidoever in een gedempte
dokhaven. Bovengronds liggen de eerste woningen en flats op amper vijf
meter van de installatie. Op het dak is een park aangelegd.
Het
intensieve gebruik van elke
vierkante meter blokkeert verdere uitbreiding van de installatie. Nog
één etage in de diepte bouwen is , net als in de richting van de
rivier uitbreiden,
technisch onmogelijk. De ondergrond is volledig gevuld met bassins
waarin bacteriën urine en fecaliën stapsgewijs afbreken. Aan het eind
van de hal stroomt redelijk schoon water in een goot. Dit water
pompen we naar de Maas, zegt ing. Andy Schellen,
afvalwatertechnoloog van Zuiveringsschap Hollandse Eilanden en Waarden. Het
is schoner dan Maaswater. Schellen
moet woekeren met de ruimte. Strengere lozingseisen voor met name
nitraat maken daarom dat het zuiveringsschap zijn toevlucht neemt tot
een uiterst compacte reactor. daarin zwemt een nieuw ontdekte bacterie
die op onorthodoxe wijze korte metten maakt met de stikstofverbindingen
ammonium en nitriet. Nitraat, berucht vanwege zijn bemestende
eigenschappen, ontstaat daarbij slechts in zeer beperkte mate. Anamnox
heet het proces en de nieuwe telg in de omvangrijke familie van
waterzuiverende bacteriën luistert naar de naam Brocadia
anammoxidans. Onder strikt zuurstofloze condities zet de
bloedrood gekleurde bacterie schadelijke stikstofverbindingen om in het
onschuldige stikstofgas. Het
is voor het eerst ter wereld dat de slanke installatie, slechts zeventig
kubieke meter groot, in de commerciële afvalwaterzuivering van
honderdduizenden mensen wordt toegepast. De vinding stamt van Gist
Brocades dat zijn research begin jaren negentig overdroeg aan
microbiologen van de Technische Universiteit Delft en later aan de
Katholieke Universiteit Nijmegen.De onderzoekers wisten de bacterie, die van nature in afvalwater voorkomt,
te isoleren, te kweken en de optimale werkomstandigheden voor het minuscule
organisme te ontdekken, vertelt Schellen. Opmerkelijk
is dat de stikstofreactie een tussenstap kent waarbij hydrazine wordt
gevormd, een stof die beter bekend is als raketbrandstof. Voor
zover bekend is B. anammox de enige bacterie die dit kunstje kan
vertonen, zegt dr. Marc Strous, die op de KU Nijmegen
onderzoek verricht naar de omstandigheden waaronder het organisme
optimaal aan de slag gaat. De
zuurstofloze omzetting van ammonium in stikstof krijgt het organisme
voor elkaar doordat het over uitzonderlijke hoeveelheden ijzer beschikt.
Strous: Dat zijn dezelfde stoffen die ervoor zorgen dat bloed rood
is. Daarom kleurt de bacterie in de reactor bloedrood. Ook
conventionele zuiveringsinstallaties, met de grote beluchtingtanks en de
bekende ronde bezinkbassins, zijn in staat de stikstofverbindingen om te
zetten in zuiver stikstofgas. Dat vreet echter ruimte, energie,
chemicaliën en geld. Ga maar na, zegt Schellen. Eerst
wordt het ammonium uit onder meer urine door micro-organismen omgezet in
nitraat en nitraat. Deze nitrificatie kost veel zuurstof en energie.
Daarna wordt nitraat onder zuurstofloze omstandigheden door andere
bacteriën - en soms bovendien met chemicaliën - omgezet in
stikstofgas. De
anammox-bacterie neemt een andere route in deze stikstofkringloop. In
het eerste deel van het proces (Sharon-reactie) wordt de helft van het
aanwezige ammonium omgezet in nitriet; in de anammox-reactie wordt dit
nitriet samen met de rest van het ammonium direct omgezet in stikstofgas.
Daarbij wordt de energie vretende tussenfase van nitraatvorming dus
overgeslagen. De
Sharon-reactor staat al in Rotterdam en deze maand begint de bouw van
anammox-reactor. Overigens heeft het zuiveringsschap daarvoor
vijfhonderd meter verderop bovengronds een plekje gevonden. Het
nieuwe proces is een duurzame doorbraak; “Tien keer zo goedkoop,
geen chemicaliën, bijna tien keer zo weinig energie en dus tien keer
minder CO2”, zegt dr. Cees Buisman, directeur van
Paques uit Balk. Ten opzichte van de conventionele
installaties volstaat bovendien de helft van de ruimte, voegt zijn
collega ir. Carl Schutz van Paques toe. De Friese watertechnologen
ontwikkelden de reactor en schaalden het proces vanaf 1998 van
laboratoriumschaal op naar commerciële praktijk. Het
nieuwe proces kost twee miljoen gulden, maar het zuiveringsschap zal dat
geld in zes tot zeven jaar terugverdienen. Ongekend snel
voor een milieu-investering in de nutswereld, weet schellen. met
het proces kan zelfs een relatief oude installatie als de ondergrondse
in Rotterdam nagenoeg voldoen aan aan de moderne stikstofeisen. De
lozingsafspraken van Rijn- en Noordzeeprogrammas worden de
komende jaren flink aangescherpt. Nieuwbouwinstallaties
kunnen met het nieuwe proces al helemaal snel winst boeken en ruimte
besparen, zo lijkt het. Toch nemen Harnaspolder en Amsterdam-West, twee
nieuwe, gigantische rioolwaterzuiveringsinstallaties, hun toevlucht tot
conventionele technieken. midden in de drukke Randstad worden vele
hectaren opgeofferd aan grote betonnen bakken. Hoogheemraadschap
Delfland, opdrachtgever van Harnaspolder, waar het afvalwater van 1.4
miljoen mensen zal worden gezuiverd, zegt over voldoende ruimte
voor het beton te beschikken. Onze adviseurs hebben
bovendien berekend dat het goedkoper is dan de anammoxvinding,
aldus ir. Michael Bentvelsen, projectleider van de Harnaspolder. Zijn
collega Schellen zegt echter met de compacte techniek 250 miljoen gulden
te besparen. Dat zou BV Nederland zich toch moeten
aantrekken. Zie
voor meer informatie www.anammox.com |
|

|
| Symbiose
de basis van evolutie? |
|
Historie:
Wetenschappers geloven
dat ongeveer 1,5 miljard jaar geleden eukaryote cellen hun benodigde
energie verkregen door een serie relatief inefficiënte reacties,
waarbij geen zuurstof nodig was. Zuurstof,
dat een afvalproduct van enkele van deze processen was, begon zich
langzaam in de atmosfeer op te bouwen. Wetenschappers
denken dat tijdens deze periode een primitieve eukaryote cel een
primitieve bacterie heeft "verslonden" die het vermogen had gekregen
zuurstof te gebruiken om grote hoeveelheden energie te produceren. Over
miljoenen jaren begon er een symbiotische relatie te ontstaan tussen de
cellen en vandaag de dag hebben alle cellen van planten en dieren
organellen die de afstammelingen zijn van deze oorspronkelijke energiefabriekjes. In dierlijke cellen worden deze organellen mitochondriën
genoemd. Planten hebben naast mitochondriën nog een tweede soort
energie producerend organel, namelijk de chloroplast.
De
endosymbiose theorie : De
intracellulaire organisatie van de levende cel , bestaande uit
gespecialiseerde organellen, maken complexe levensvormen mogelijk. Het
is onbetwistbaar, gezien de getuigenis van vele fossielen, dat
eencellige organismen met weinig of geen intracellulaire organisatie
eens de aarde domineerden. Bij het begin van het leven (zoals dat
gedefinieerd wordt), regeerden blauwgroene algen de planeet. Zij namen
echter na 1,6 miljard jaar in hoeveelheid af, doordat ze zuurstof
produceerden. Deze zuurstof kon bij een bepaald kritisch punt niet
langer meer door de oceanen worden geabsorbeerd en in de atmosfeer begon
de concentratie toe te nemen. De blauwgroene algen maakten plaats voor andere
celgebaseerde organismen die konden groeien in een zuurstofrijke
omgeving. Deze nieuwe organismen markeerden de oorsprong van de
eukaryote cel (eukaryoot: een organisme waarvan de cellen een kern
bezitten die omgeven is door een kernmembraan), die ongeveer
verscheen toen het zuurstofniveau tot ongeveer 3 % van zijn huidige
niveau was gestegen. (Crawford
and Marsh, 1995, p. 69 ). Hoewel deze algemene chronologie als
feit geaccepteerd wordt, bestaat er geen zekerheid over hoe de
eukaryote cel op het toneel verscheen en, meer specifiek, hoe de
eukaryote mitochondrion op het toneel verscheen.
Darwinisten,
of voorstanders van de natuurlijke selectie theorie, zullen argumenteren
dat de blauwgroene algen muteerden, waarbij over een periode
van miljoenen jaren selectieve gunstige mutaties werden gemaakt, totdat
door competitie en selectie een winnende combinatie de algen ( als een
andere levensvorm ) in staat stelden te overleven in een zuurstofrijke
omgeving. Anderen geloven dat
symbiose, en meer specifiek de endosymbiose, het begin
van de eukaryote cel was. Deze theorie die voorgestaan wordt door Lynn
Margulis in haar boek “Symbiosis in Cell Evolution “ uit 1981
bepleit de volgende chronologie :
-
Blauw-groene
algen, later cyanobacteriën genoemd, produceerden zuurstof als een bijproduct van de fotosynthese, waarbij
de zuurstof in staat werd gesteld zich op te bouwen in de
atmosfeer.
-
Naast
cyanobacteriën ontwikkelden zich andere bacteriën waarvan
sommige aërobe (zuurstof gebruikende) mogelijkheden
hadden.
-
Anaërobe,
heterotrofe cellen (proto-eukaryote cellen) namen deze cellen
in of verzwolgen deze aërobe bacteriën en ontwikkelden een
gezamenlijke nuttige relatie.
Hoe
konden beide soorten daar voordeel uit halen?
De ingenomen aërobe bacterie ontving voedsel van de gast,
terwijl de gast energie verkreeg door de aërobe activiteit van de
bacterie. Hoewel er vele toepassingen zijn van de symbiose theorie van
de cel evolutie, is het onderwerp van deze discussie het ontstaan en de
functie van de mitochondriën in eukaryote cellen.
In
het hierboven gestelde scenario was de aërobe bacterie die door de
anaërobe bacterie was ingenomen, een proto mitochondrion. Met
andere woorden, een organisme dat het mogelijk maakte energie te
produceren uit zuurstof. Symbiose, de relatie waarbij beide soorten een gezamenlijk voordeel behalen,
zoals hierboven beschreven, wordt door sommigen beschouwd als het proces
waarbij mitochondriën organellen werden in eukaryote cellen. Voordat we
verder gaan graven in het bewijs voor deze theorie, moeten we eerst eens
kijken naar de functie en structuur van de mitochondriën zoals we die
vandaag de dag in onze cellen aantreffen. Mitochondriën zijn
eukaryote organellen die de oxidatieve ademhaling uitvoeren, de
laatste stap in de cellulaire ademhaling. De oxidatieve ademhaling
breekt pyruvaat af die in de glycolyse wordt gevormd waarbij kooldioxide
wordt gevormd en produceert
de grootste hoeveelheid ATP
in de cellen. In eukaryote cellen is zuurstof nodig, omdat mitochondriën
zuurstof gebruiken als de
uiteindelijke elektronen acceptor in de elektronen transportketen, die
tenslotte resulteert in een protonen gradiënt die de ATP synthese
aandrijft. Mitochondriën zijn in verschillende hoeveelheden aanwezig in
verschillende eukaryote cellen. Cellen die veel energie nodig hebben
zoals spierweefsel en de lever hebben verhoudingsgewijs meer mitochondriën
dan bijvoorbeeld cellen die minder energie nodig hebben zoals
botweefsel.
|
|
Foto van een
elektronenmicroscopische opname van een mitochondrion
(celorganel die de in koolhydraten en vetten aanwezige
energie overdraagt aan ATP en zo ter beschikking stelt van
energievragende reacties in de cel. Het
mitochondrion werd in 1890 geïdentificeerd door Robert Altmann.
In 1897 vormde Benda
het woord mitochondrion uit " mito " (schroefdraad) en
" khóndrion " ( korreltje ), omdat deze organellen
onder een lichtmicroscoop op schroefdraadvormige korreltjes
lijken.
|
 |
|
Hoe
is een mitochondrion opgebouwd? De kenmerken die we hier bekijken zijn
de omvang van het mitochondrion, de membraanstructuur, eiwitstatus en genetische informatie. Mitochondriën
behoren tot de grootste
organellen in eukaryote cellen met een omvang van 0,3-1,0 micrometer tot
5-10 micrometer. Het heeft twee membranen waarvan de binnenste sterk
geplooid is en cristae worden genoemd. De cristae zijn het startpunt
voor enzymen en elektronendragers (cytochromen) die verantwoordelijk
zijn voor elektronentransport en oxidatieve fosforylering. Vergeleken
met alle andere organellen in de cel zijn mitochondriën uniek omdat ze
hun eigen DNA bevatten, dat wil zeggen gescheiden van het DNA in de
celkern. Enkele proteïnen van het mitochondrion worden door
ribosomen in het mitochondrion geproduceerd, overeenkomstig zijn eigen
onafhankelijk DNA.
Wat
is nu het bewijs die de endosymbiose theorie van het mitochondrion en de
eukaryote cel ondersteunt? Enkele van de meest overtuigende bewijzen van
de symbiose theorie werden hierboven reeds genoemd. Indien mitochondriën
eens vrijlevende bacteriën waren, bestaat de mogelijkheid dat er
overblijfselen van hun vroegere conditie zijn overgebleven, ondanks dat
ze vandaag de dag organellen zijn. Hieronder zullen we 6 punten
bespreken;
-
In
het algemeen genomen hebben mitochondriën en bacteriën dezelfde
grootte. Dit kan niet worden gezegd van de andere organellen in de
eukaryote cel.
-
Zoals
bacteriën hebben ook mitochondriën
dubbele membranen. De samenstelling van de lipiden van de membranen
laten geen overeenkomsten zien met het cytoplasma van de eukaryote
cel. Indien mitochondriën evolueerden binnen een proto eukaryote
cel , dan zou men verwachten dat de samenstelling van de membranen
uit hetzelfde materiaal opgebouwd zou zijn. Het blijkt echter dat
de samenstelling van de mitochondriële membranen , wat de
samenstelling van lipiden betreft , meer op bacteriële membranen
lijken. (Margulis, 1981, p. 217).
-
Ook
de sterke plooien van de binnenste membraan bepleit voor de symbiose
theorie. Volgens Margulis zijn de plooien aanpassingen die als doel
het vergroten van de oppervlakte hebben voor de oxidatieve enzymen.;
analoog aan de evolutie van mesosomale membranen van vele prokaryote
cellen. (Margulis,
1981, p. 208). Verder houden de plooien de verschillende
enzymen gescheiden overeenkomstig het gebruik, net als
bacteriën doen.
-
De
mitochondriële ribosomale RNA reeks heeft meer weg van bacteriën
dan van ribosomen in het eukaryote cytoplasma. Bijvoorbeeld: n-formylmethionyl transfer RNA wordt alleen gevonden in
mitochondriën en bacteriën. (Dyer
and Obar, 1985, p. 78).
-
Niet
alleen bevatten mitochondriën hun eigen DNA, maar het is ook
cirkelvormig, net als het DNA van bacteriën. Verder is de
verhouding van guanine-cytosine basenparen in het mitochondriële
DNA verhoudingsgewijs hoger, net als bacteriën, dan dan het DNA in
de celkern. (Margulis, 1981, p. 206).
-
Volgens
Margulis lijkt de deling van mitochondriën meer op de reproductie van bacteriën. Zij
schrijft : "Genetic recombination in (mitochondria) is far more
reminiscent of phage and bacterial sexuality than it is of
eukaryotic nuclear sexual behavior" (Margulis, 1981, p. 218).
Meer
ondersteunend bewijs voor de symbiose theorie volgt uit het feit dat
mitochondriële ribosomen vergelijkbare antibiotische gevoeligheden
hebben met bacteriële ribosomen dan met eukaryote ribosomen.
Bijvoorbeeld : cycloheximide blokkeert eukaryote ribosomen door
de uitwerking op de overdracht van tRNA, maar het heeft geen uitwerking
op mitochondriën en bacteriën. Aan de ander kant zullen stoffen
die de prokaryote synthese blokkeren, maar niet de eukaryote
synthese, ook de mitochondriële synthese blokkeren, bijvoorbeeld
erythromycine en tetracycline
(Margulis, 1981, p. 217-218).
De
structurele overeenkomsten tussen mitochondriën en bacteriën zijn
overweldigend , maar zeker niet afdoende. Velen betwijfelen de
mogelijkheid van de symbiose theorie …. Dat er een vrijlevend proto
mitochondrion bestond ten tijde van de opbouw van zuurstof in de
atmosfeer …, dat het op de een of andere manier een proto eukaryote
cel binnendrong…., dat het een partner was in een symbiotische relatie
die uiteindelijk resulteerde in een proto mitochondrion, daarbij zijn
autonomie aan een grotere cel gevend en de weg vrij makend voor de
eukaryote cel….. wordt dit te veel? Omdat evolutie in vele opzichten
de historie is van verschillende chemische reacties van de formatie van
de aarde tot de biochemische reacties in levende cellen, zullen we de
mogelijkheid van de symbiosetheorie eens bekijken.
Ten
eerste is het niet ondenkbaar dat vrijlevende aërobe bacteriën die
hoge energie moleculen zoals ATP produceren, een relatie aangaan
waarbij die energie kan worden gebruikt. Ten tweede moet de productie
van al die energie een enorme input van energie hebben vereist.
Bijvoorbeeld een voldoende beschikbare en efficiënte voedselbron. Ten
derde, de komst van
zuurstof in de atmosfeer, dat een giftig gas was voor de meerderheid van
de organismen op dat moment op aarde, vereiste een nieuwe vorm van
stofwisseling, gebaseerd op een nieuwe chemie.
Tenslotte zouden proto eukaryote cellen die geen
mogelijkheid hadden zuurstof in de atmosfeer om te zetten,
moeilijk kunnen overleven. De basis voor de symbiose is duidelijk:
aërobe organismen leverden een constante bron van voedsel en
fosfolipiden voor zowel de mitochondriële membranen als voor
bacteriën.
(Crawford and Marsh,
1995, p. 71-72). Als tegenprestatie stelde de energie die
vrijkwam bij de ademhaling van zuurstof, de gast in staat te overleven
en zich verder aan te passen aan de nieuwe condities op de aarde.
De
symbiosetheorie wordt gestaafd door natuurlijke, geobserveerde
voorbeelden van symbiotische relaties. Bepaalde zeevissen zijn in
staat licht te emitteren vanwege de aanwezigheid van lichtgevende bacteriën
in hun binnenste. Deze lichtgevende bacteriën leven ook vrijelijk
in zeewater, maar geven dan geen licht. (Dyer
and Obar, 1985, p. 127). Andere voorbeelden van symbiose zijn de
relaties tussen verschillende schimmels en cyanobacteriën, algen en
planten en bacteriën en zoogdieren. (Margulis,
1981, p. 165). Hoewel de transformatie van deze symbionten een
enorme stap is , als deze al heeft plaatsgevonden,
vond deze wel plaats over een periode van miljoenen jaren.
Om
de hierboven genoemde redenen kan men de theorie
dat mitochondriën evolueerden uit vrijlevende aërobe
bacteriën tot organellen
in de eukaryote cel niet negeren. De vraag blijft echter, hoe en uit
wat konden proto mitochondriën evolueren naast cyanobacteriën? Op
welke manier drongen de proto mitochondriën de grotere aërobe cel
binnen? Konden voorbeelden
van vrijlevende proto mitochondriën overleven? Bestaan zij of hun
nakomelingen vandaag de dag nog? Zijn
andere eukaryote organellen ook afgeleid van vrij levende organismen ?
Vanwege
de bewijzen kan men de symbiose theorie niet negeren. |
|

|
| Blind
van bacterie |
|
donderdag
7 maart 2002 (Science, Noorderlicht VPRO)
De ontdekking van de ware
aard van rivierblindheid, een ziekte waar zo’n 20 miljoen mensen in
de tropen aan lijden, opent de weg naar een nieuwe geneeswijze. Want
de aandoening wordt niet veroorzaakt door een parasitaire worm, maar
door bacteriën die die worm met zich meedraagt. Een veelgebruikt
antibioticum lijkt de organismen afdoende te bestrijden.
|
Rivierafzettingen vormen vruchtbare bodems. Toch zijn die in veel
Afrikaanse en enkele Zuid-Amerikaanse landen vaak onbewoond vanwege
het gevaar op besmetting met rivierblindheid. Het water is immers de
broedplaats van de vrouwtjes van de ‘zwarte vlieg’, die
menselijk bloed nodig heeft om haar eieren te voeden. Steekt zo’n
vlieg een mens, dan kan zij de larven van een wormpje dat zij met zich
meedraagt overbrengen. Na verloop van tijd veroorzaken die heftige
jeuk en uiteindelijk oogontstekingen die iemand blind kunnen maken.
Er is veel onderzoek naar de aandoening gedaan. Daaruit blijkt dat
levende wormen op zich betrekkelijk onschuldig zijn. Het vrouwtje van
de soort kan een jaar of vijftien in een mensenlichaam mee, en wordt
in die tijd soms een halve meter lang. Maar zij blijft al die tijd op
dezelfde plaats zitten, ergens in de huid, dicht tegen het bot –
bijvoorbeeld tegen de schedel of het scheenbeen. Haar aanwezigheid
wordt dan verraden door een dikke maar ongevaarlijke knobbel.
Riskanter zijn de miljoenen larven die een vrouwtje produceert. De
mini-wormpjes verplaatsen zich door de huid, wat vreselijk kan jeuken,
en ze nestelen zich onder meer in het hoornvlies van het oog. Het
probleem ontstaat als de larven daar sterven, want dat lijkt het
afweersysteem pas goed te activeren. Zo goed, dat het oogweefsel gaat
ontsteken en de patiënt uiteindelijk blind kan worden.
Een groep Amerikaanse, Duitse en Britse artsen denkt nu te hebben
achterhaald hoe dat in zijn werk gaat. Een paar jaar geleden ontdekten
enkelen van hen dat de levensloop van de wormen volledig afhankelijk
is van zogeheten Wolbachia-bacteriën. Als die ontbreken,
kunnen larven en volwassen exemplaren niet groeien en zich niet
voortplanten. Wat de micro-organismen precies doen is onduidelijk,
maar wormen die in het laboratorium waren behandeld met antibiotica
(die veel van de bacteriën doodden) vermagerden ernstig en plantten
zich nog amper voort.
|
 |
Links:
Wolbachia-bacteriën (rood
gekleurd) die via een rivierworm blindheid kunnen veroorzaken [Foto:
Science, Amy Hise].
Rechts: larve
van de worm [Foto: Science, Amy Hise].
|
 |
De groep, die onder leiding stond van de Amerikaan Eric Pearlman,
verbonden aan de Academische Ziekenhuizen van Cleveland, besloot te
onderzoeken of de bacteriën misschien ook een rol spelen bij het
ontstaan van de oogontstekingen van patiënten. Zij experimenteerden
met muizen die wormen kregen ingespoten die van tevoren met
antibiotica waren behandeld. De knaagdieren kregen veel minder last
van oogproblemen dan soortgenoten die onbehandelde wormen hadden
gekregen.
Vervolgexperimenten brachten bovendien aan het licht dat de
oogontstekingen het gevolg zijn van giftige stoffen die de
Wolbachia-bacteriën van overleden wormlarven uitscheiden. Die stoffen
komen in het oogweefsel terecht, en activeren bepaalde receptoren die
op de buitenkant van de weefselcellen zitten. Het immuunsysteem krijgt
daardoor de indruk dat de weefsels een gevaar vormen, en valt de
cellen aan. Dat gebeurt zo grondig, dat blindheid het gevolg kan zijn.
Nu we dit weten, schrijft de groep in het wetenschappelijk tijdschrift
Science, kan er een nieuwe behandelmethode komen voor patiënten.
Tot dusver zijn er alleen medicijnen die de wormlarven doden. Het
effect daarvan is echter na enkele maanden voorbij, zodat de patiënt
de middelen levenslang moet gebruiken. Van het veelgebruikte
antibioticum doxycycline, suggereren de auteurs, is meer heil te
verwachten. Het is al gebleken dat doxycycline dodelijk is voor
Wolbachia-bacteriën in de wormen. Dat heeft voor patiënten met
rivierblindheid twee potentiële voordelen: de volwassen wormen kunnen
zonder hun Wolbachia-bacteriën geen larven meer produceren, en de
larven die al in de huid zitten, verliezen na hun dood geen giftige,
bacteriële stoffen meer. Oogontstekingen zouden dan achterwege
blijven.
Op den duur zou de ziekte op die manier zelfs kunnen worden
uitgebannen. Want als een behandelde patiënt opnieuw door een zwarte
vlieg gestoken wordt, zuigt die wormlarven zonder bacteriën op. Laat
de vlieg die weer vrij in het bloed van haar volgende slachtoffer, dan
heeft die niets te vrezen – de larve kan zich toch niet normaal
ontwikkelen.
Mark Koenen
|
|

|
| Bacteriën
buitengaats |
|
vrijdag 15 februari 2002
Mars en de maan zijn bijna
zeker vervuild met aardse bacteriën. Meegelift met de ruimteschepen
van NASA zijn ze mogelijk zelfs nog in leven, en zullen ze op den duur
misschien de omgeving veranderen, net zoals ze op aarde doen. Het
nieuwe vak geobiologie wil die bacterieactiviteit gaan onderzoeken,
want bodem en atmosfeer blijken springlevend.
|
Abigail Salyers is blij om eens
een dagje niet met de FBI te hoeven praten. Als voorzitster van de
Amerikaanse Academie van Microbiologie licht ze, sinds de aanslagen in
New York en Washington van 11 september vorig jaar, de
opsporingsambtenaren voor over het gevaar van biologische wapens. Maar
vandaag is ze weer onder collega’s, verzameld op een congres in
Boston, en probeert ze de aanwezigen te enthousiasmeren voor haar
‘nieuwe stokpaardje’: het anderhalf jaar oude vak geobiologie.
Dat doet Salyers slim. Ook al omdat er veel journalisten in de zaal
zitten, steekt ze meteen van wal over buitenaardse wezens, de
vervuiling die de mens al in het heelal heeft veroorzaakt, en hoe de
geobiologie de consequenties daarvan in beeld kan helpen brengen. Want
dat er leven is buiten de aarde, staat voor Salyers vast. Alleen
vermoedt ze dat het bacteriën zullen zijn die daar door de mens naar
toe zijn gebracht.
“Als we de laatste jaren iets hebben geleerd van micro-organismen,
dan is het wel dat ze overal op aarde voorkomen, en zich aan zeer
extreme omstandigheden hebben aangepast. Toen NASA astronauten
naar de maan en ruimtevaartuigen naar Mars stuurde, werden geen
voorzorgsmaatregelen getroffen om bacteriën aan boord uit te weren.
De kosmische straling onderweg zou wel met ze afrekenen. Daar is men
op teruggekomen: nu zegt NASA dat er een grote kans is dat er microben
op de maan en Mars zijn verspreid, en dat die mogelijk nog in leven
zijn.”
Bacteriën waren waarschijnlijk het eerste product van de evolutie, en
daarmee was meteen ook het beste evolutionaire kruit verschoten. Geen
wezen dat later verrees kan zich immers zo goed aan veranderende
omstandigheden aanpassen. Salyers: “Van een paar honderd meter onder
de grond, tot hoog in de atmosfeer en de wolken – als je maar goed
zoekt, dan vind je ze. Vroeger dachten we dat de aardkorst en de
omringende lucht dood was; vandaag weten we beter. De geobiologie richt
zich op die gebieden, op de organismen die daar eten en ademen, en hoe
die een van de drijvende krachten achter de evolutie vormen.”
Op zichzelf was dat al langer bekend. Zo is het grootste deel van de
zuurstof in de dampkring afkomstig van ééncellige organismen die
kort na het ontstaan van de aarde verschenen. In de loop van miljoenen
jaren lieten zij het gas als afval van hun spijsvertering ontsnappen
en stapelde de zuurstof zich op, tot de evolutie organismen
voortbracht die het voor hun eigen ademhaling gingen gebruiken.
“Zonder die vroege bacteriën waren wij nooit ontstaan,” zegt
Salyers. “De samenstelling van de dampkring, maar bijvoorbeeld ook
die van de grond waar wij groente en fruit op kweken, zijn het directe
gevolg van levende organismen. Zij brengen veranderingen aan in de
dode materie, die daardoor in zekere zin zelf tot leven komt.”
De ruimtevervuiling is eigenlijk maar een zijpad van de geobiologie.
Salyers vindt de bijdragen die het nieuwe vak misschien aan de
geneeskunst kan leveren, van groter belang.
“We kennen waarschijnlijk maar een fractie van alle bacteriesoorten.
Ik denk dat het noodzakelijk is om het onderzoek naar hun bestaan op
te voeren, al was het maar omdat ze van het ene op het andere moment
kunnen veranderen in ziekteverwekkende plagen. Hoe kan dat? Zulke
veranderingen heten altijd toevallig, maar zouden ze niet ook het
gevolg kunnen zijn van veranderingen in het milieu die ze zelf hebben
veroorzaakt?”
Zulke ideeën zou Salyers graag willen onderzoeken. Daarom maakt ze
zich sterk voor het vak geobiologie, dat op een congres in het najaar
van 2000 formeel werd geboren. Door het een naam te geven, werd het
mogelijk onderzoeksprogramma’s te schrijven, en geld voor de
uitvoering bijeen te brengen.
Wat verder nodig is, zijn aansprekende voorbeelden die in de media
verschijnen. Zo zijn er die plannen van NASA voor een ruimtesonde naar
Mars. Het vaartuig moet er bodemmonsters verzamelen, en daarna weer
terugkeren naar de aarde. Salyers: “Ik wil geen angst opwekken, maar
als er microben op Mars zijn, dan kunnen die zich wellicht ook
aanpassen aan de aardse omstandigheden. Worden het ziekteverwekkers?
Veranderen ze de aardse atmosfeer of bodem? Dat is nu met geen
mogelijkheid te zeggen, maar misschien wel als geobiologen in de
toekomst met onderzoeksresultaten komen.”
Mark Koenen
|
|

|
| Mega micro-organisme |
|
7
augustus 2000 (Volkskrant)
Wetenschappers hebben in een woud in het
noordwesten van Amerika een ongeveer 880 hectare grote, onder de grond
groeiende zwam ontdekt. Dat hebben autoriteiten in Corvallis, in de
Amerikaanse staat Oregon, vrijdag bekendgemaakt. Aangenomen wordt dat de
zwam het grootste levende organisme ter wereld is.
De vondst vloeide voort uit een onderzoek naar grootschalige boomsterfte in
dit deel van het woud. Daarbij werd gebruik gemaakt van luchtfoto's en
DNA-onderzoek van bodemmonsters. Aan de oppervlakte is de aanwezigheid
van de zwam alleen merkbaar aan de groei van kleine goudkleurige
paddestoelen in de herfst. De gelokaliseerde zwam behoort tot de soort Armillaria Ostoyae en is volgens de ontdekkers ongeveer
2400 jaar oud. Het nu gevonden exemplaar is 280 hectare groter dan de in
1992 gevonden paddestoel in de staat Washington, die tot nu toe
recordhouder was.
|
|

|