|
Om te kunnen achterhalen wat de effecten
kunnen zijn van micro-organismen op het milieu, is het van belang hun
karakteristieke eigenschappen te bestuderen. Met deze eigenschappen
worden vooral de metabole omzettingsreacties bedoeld, die uitgevoerd
worden door het beestje. [De term metabolisme duidt op een
biochemische balans van alles wat er in het organisme gaat en wat er
weer uitkomt.] Deze eigenschappen zijn het beste te bestuderen in een
reincultuur, dat is een kweek waar maar één soort micro-organisme in
voorkomt.
Er zijn een aantal manieren om een
reincultuur te verkrijgen. De meest eenvoudige methode is wel het
extreem verdunnen van een vloeibare kweek. Een andere, conventionele,
techniek is het maken van microbiële ophopingen. In een ophoping worden
bepaalde condities vastgesteld, zoals temperatuur, substraat e.d.
Hierdoor vindt er een soort selectie plaats: de micro-organismen die goed
groeien bij de gestelde condities zullen dominanter worden in de gehele
culture. Als de condities maar lang genoeg gehandhaafd worden, kan er
een reincultuur verkregen worden. Maar deze methoden werken lang
niet voor alle micro-organismen. De schattingen lopen uiteen, maar men
denkt dat tot nu toe slechts 0,1 tot 5 % van de gehele microbiële
populatie in een reincultuur verkregen is.
|
| Micromanipulatie
|
|
Micromanipulatie is een speciale isolatie
methode. Het bijzondere eraan is dat micro-organismen fysisch
geïsoleerd worden van hun omgeving onder directe, visuele controle. Er
wordt daarbij gebruik gemaakt van microscopie om de micro-organismen
zichtbaar te maken, maar er zijn ook nog een aantal andere apparaten
nodig. De belangrijkste zijn wel de micromanipulator (een robotarm die
zeer precies bestuurd kan worden) en een pompsysteem (om hele kleine
hoeveelheden vloeistof op te zuigen en weer uit te spugen). Verder zijn
er capillairen (dunne, glazen buisjes) nodig, met een diameter die
overeenkomt met het micro-organisme dat je wilt isoleren.
De procedure is eigenlijk heel simpel,
maar het duurt even voordat je de techniek onder de knie hebt. Het is
het makkelijkste om het gehele proces in een anaërobe kamer uit te
voeren, ook als je niet met strikt anaërobe organismen werkt. Hiervoor zijn twee
redenen aan te geven; ten eerste kun je het risico van infectie op deze
manier enigszins beperken en ten tweede heb je een zeer hoge
luchtvochtigheid nodig (om de verdamping van het druppeltje medium op
het preparaatglas onder de microscoop te
minimaliseren). Terwijl je
kijkt naar het microscoopbeeld op de monitor, plaats je de capillair met
de micromanipulator precies bij de door jou uitgekozen cel. Met de pomp
zuig je een heel klein beetje vloeistof op (op de monitor zie je de
bacterie dan verdwijnen) en dat volume spuug je weer uit in vers
medium.
|
Foto van
de opstelling bij een micromanipulatie-experiment. Bovenin is het
oculair van de inversmicroscoop is te zien. Rechts zie je de capillair,
geplaatst in de houder van de micromanipulator, gericht op het
preparaatglas.
|
 |
Op
de foto links zie je een afbeelding van de monitor waarop de
capillair te zien is die in de culture vloeistof zit. Rechts zie
je een afbeelding van de gehele proefopstelling. De anaërobe
kamer is toegankelijk via de speciale mouwen . |
 |
|
Percoll
gradiënt
| Bij
de toepassing van een percoll gradiënt wordt gebruik
gemaakt van het feit dat er tussen bacteriën
verschillen bestaan in het soortelijk gewicht (of dichtheid)
van de cellen. Want, ook al hebben de cellen vaak minuscule afmetingen en is er sprake van hele kleine verschillen,
biedt deze eigenschap toch de mogelijkheid om een scheiding
aan te brengen in een verzameling van micro-organismen.
Voorwaarde is wel, dat je met een hele gevoelige gradiënt
werkt. |
| Een
voorbeeld van een dergelijk materiaal is verkrijgbaar onder
de commerciële naam Percoll. Deze viskeuze vloeistof
bestaat uit deeltjes van variërende dichtheden. Daarbij
zitten er ook gekleurde 'marker'-deeltjes in die ervoor zorgen
dat een aantal numerieke dichtheden goed te zien zijn. Het
hele concept is gebaseerd op het principe van
centrifugering: na het centrifugeren hebben alle deeltjes
met een bepaalde dichtheid zich op een bepaalde afstand van
de bodem van de buis verzameld. De markerdeeltjes zijn
hierbij te zien als gekleurde bandjes (zie ook de foto
hiernaast). In een experiment worden twee buizen gevuld met
de Percoll oplossing. Aan de ene, worden de markers
toegevoegd aan de andere, de te scheiden culture. Na de
centrifuge zie je, als het goed is, scherpe banden van de
markers en van van de micro-organismen. In
de foto zie je dat zich in het rechter buisje een bandje
heeft gevormd van bacteriën met dezelfde dichtheid (en dus
waarschijnlijk van dezelfde soort!) ongeveer ter hoogte van
het lila bandje. Met een pipet kunnen de bacteriën laag
voor laag opgezogen worden en separaat op platen of in flesjes
gekweekt worden. |
 |
| Foto
van twee buizen na dichtheidscentrifugatie in percoll
gradiënt. |
| Op deze manier is het mogelijk om
bijvoorbeeld methanogene en propionaatoxiderende
bacteriën van elkaar te scheiden in een syntrofe
gemeenschap (klik hier
voor een link naar syntrofie in korrelslib). Als je een
culture hebt met bacteriën die heel erg op elkaar lijken is
de kans natuurlijk groot dat ook hun dichtheden heel erg
weinig verschillen. Dan heeft het toepassen van het
dichtheidsexperiment weinig effect. |
|
|